Knotbomen
10 juli 2010
Iedereen kent de knotwilg, een vertrouwd beeld in ons Vlaams landschap. Maar eigenlijk moeten we spreken van “geknotte wilg”. Want deze, zo karaktervolle boom, is voor een groot deel mensenwerk.
Het is geen aparte soort, maar een wilg die is aangepast als gebruiksboom. Het idee is oud en even simpel als praktisch. Op makkelijk bereikbare hoogte zaagt men de boom af, juist zo hoog dat het vee niet kan gaan knabbelen aan de jonge uitlopers. De boom zelf neemt nauwelijks ruimte in. De grond eromheen kan gewoon in gebruik blijven als weidegrond. Ondertussen levert hij mooie, rechte staken van een handig formaat, geschikt voor allerlei doeleinden. Door die periodiek af te zagen ontstaat een wondweefsel dat uiteindelijk een indrukwekkende knoest vormt waarop steeds weer nieuwe uitlopers groeien. Het meest geschikt voor deze behandeling zijn de schietwilg (salix alba) en de kraakwilg (salix fragilis).
Maar veel mensen weten niet dat ook andere boomsoorten geschikt zijn om te knotten, zoals populieren, essen, eiken, haagbeuken, iepen, elzen en linden. Elke soort levert hout dat geschikt is voor soms weer andere doeleinden.
Knotwilgen komen we tegen in heel Vlaanderen, vooral in West-Vlaanderen. De andere geknotte boomsoorten zijn dan weer zeldzamer. Zoals de knoteik. Weet je hem te vinden in Keerbergen? Ga eens rondtoeren in de Lozenhoek. Je kan ze zien als bomenrijen tussen weides of akkers, maar ook langs de weg. In de Lozenhoekstraat staan er een tiental en op het einde van de Heidestraat, de laatste 100 meter vóór de Lozenhoekstraat, rijd je als het ware door een laan van knoteiken. Deze laatste zijn in de voorbije winter geknot door het INL-team.
Het knotten van bomen is langzaam maar zeker in onbruik geraakt, door allerlei oorzaken. Voor de meeste toepassingen van wilgenhout zijn goedkopere alternatieven beschikbaar geworden. In de moderne grootschalige landbouw is zijn rol uitgespeeld. Het knotten is zwaar en tijdrovend werk en voor het hout is geen belangstelling meer.
De economische rol van de knotboom mag dan uitgespeeld zijn, voor het landschap en voor het planten- en dierenleven is hij van onschatbare waarde. Veel mensen zijn hiervan ondertussen overtuigd geraakt en op veel plaatsen zien we dat er terug geknot wordt. Hier bij ons, is dat voor de knotwilg vooral het geval in de Broekelei en in de Raambeekvallei. We hebben met vrijwilligers nog zelf de handen uit de mouwen gestoken, zowel voor knotten als voor heraanplant. Gelukkig kunnen we nu voor dit zware werk beroep doen op het INL-team.

Zoals eerder gezegd is de knotboom, en dan vooral de knotwilg een vertrouwd beeld in het Vlaams landschap. Een knotboom vervult een heel belangrijke functie als het gaat om de diversiteit in de natuur. Hij is een natuurgebiedje op zich en biedt plaats aan allerlei planten en dieren. Belangrijk hierbij is het plateau dat ontstaat door het knotten. Op dit plateau blijven takken en bladeren liggen, is er waterinsijpeling en wordt op den duur een laag molm gevormd. Bij onderzoek in 1994 in Nederland heeft men op verschillende knotwilgen maar liefst 109 soorten hogere planten gevonden, zaadplanten en varens, 26 soorten mossen, 34 soorten korstmossen en 32 soorten paddenstoelen. Spectaculair wordt het als de knotwilg inwoning krijgt van een andere boom of struik, die er zich tot op zekere leeftijd goed kan handhaven.
Daarnaast profiteren ook een groot aantal dieren van knotbomen. Door het insijpelende water verrot het binnenste, zachtere kernhout, waardoor de boom op den duur hol wordt. In deze holten kunnen allerlei dieren onderdak vinden. Ze broeden er of houden er zich schuil. Het eigenaardige is dat ze niet allemaal de voorkeur hebben voor eenzelfde soort holte. Zo nestelt de ransuil het liefst in knotbomen met een brede kruin, terwijl een steenuil voorkeur heeft voor een holte met een smalle toegang. Juist voor dit kleine uiltje is de knotboom heel belangrijk. Bosuilen verkiezen dan weer bomen die van kroon tot bodem hol zijn. Andere holenbroeders die we in knotbomen aantreffen zijn de gekraagde roodstaart, de grauwe vliegenvanger, de holenduif, torenvalk, kauw, koolmees, matkop, grote bonte specht en ringmus. Zelfs wilde eenden durven er wel eens te gaan nestelen, getuige daarvan een nest van Nijlganzen met 7 eieren dat we eens ontdekten tijdens een knotbeurt in de Broekelei in de weide Coremans.
Tenslotte zijn er vleermuizen, kleine zoogdieren, insecten, bijen, mieren, insecten en er is zelfs een specifiek knotwilgslakje.
Het bewijs dat ook menselijke ingrepen op de natuur niet altijd nefast hoeven te zijn, integendeel. Samen met heidelandschappen zijn knotbomen hier een mooi voorbeeld van.
In onze gemeente zijn ze allebei aanwezig, we moeten ze dan ook koesteren.
Guido Baert
Dit is één van de artikels uit 't Klokhuizeke editie zomer 2010.
Alle leden van Natuurpunt Keerbergen ontvangen dit tijdschrift vier keer per jaar.
Ook interesse? Klik hier.
Archief
Spuibeekwandeling wordt zichtbaar
Knotbomen
Werknamiddag Broekelei
Bloemen- kruidenwandeling
Educatief natuurbeheer
Foto's vroege vogelwandeling
Uilen ringen
Aankondiging Walk for Nature
Amfibieën weer op tocht
Steenuiltelling
Bosuiltelling
Vleermuizentelling
Winterwandeling in de Raambeekvallei
Nieuwe website online
PTT in de sneeuw
Stroperij in de Broekelei
Nieuwe leden
Trefdag
Verkaveling Grensstraat
Stop de oven
Verlichtingspalen
Huldebetoon
Natuurpunt Keerbergen in de prijzen